REPORTAGE NHD

Jubileum gevierd, maar wel met een sombere vooruitblik


Mannen die zingen in een koor zijn een uitstervend ras. Mannenkoren zijn de afgelopen jaren steeds schaarser geworden. Marken prijst zich gelukkig dat het er nog één heeft. Dit jaar bestaat het Marker Mannenkoor vijftig jaar. Alle reden voor een feestje, maar of een volgend jubileum ook nog gehaald wordt…?

In de beginperiode werden alleen christelijke liederen gezongen, maar dat is al lang niet meer zo

Als het bejaardenhuis op Marken nog had bestaan, zou waarschijnlijk daar het jubileumconcert van het Marker Mannenkoor hebben plaatsgevonden. Een mooiere plek daarvoor is eigenlijk niet denkbaar, want ouderencentrum Voor Anker was ook het decor van het allereerste echte optreden van het koor, een halve eeuw geleden. Maar Voor Anker bestaat niet meer en daarom wordt het concert aanstaande zaterdag gegeven in de Patmoskerk: de op één na beste optie, want die staat op amper twintig meter van de plek waar vroeger Voor Anker stond.

Bewondering

Die première in het bejaardenhuis was een groot succes, getuige het eerste jaarverslag van het koor: „Onze eerste stap buiten de box (aanduiding voor de kleine repetitieruimte in het toenmalige verenigingsgebouw, red.) was in bejaardencentrum Voor Anker met onze huisgenoten en familie als gasten. De vraag van verschillende bejaarden, ook van buiten Marken, wanneer wij weer kwamen zingen, is wel een bewijs dat het op prijs werd gesteld. Ook onze bijdrage op het Eiland Festival werd zeer gewaardeerd, ik mag hierbij de woorden van onze eerste burger citeren: ’Ik heb met bewondering geluisterd naar wat uw koor in zo’n korte tijd heeft gepresteerd’.”

Het luistergenot had toenmalig burgemeester Bauke van Hout van Marken te danken aan Dirk Zeeman, die samen met een paar vrienden aan de wieg stond van het mannenkoor. Het motief daarvoor staat in het jaarverslag van destijds: „Aanleiding voor de oprichting was het lied ’Mijn herder is de Here God’, gezongen door het Emmeloords Mannenkoor. Dit lied had onze vriend Zeeman, thans onze voorzitter, zo getroffen, dat de oude lust om zelf te zingen weer ontvlamde.”

Zeeman hoopte met een man of tien een koor te kunnen beginnen, maar zijn verwachting bleek veel te bescheiden. Bij de officiële oprichting telde het koor 32 leden en dat aantal groeide in het eerste jaar tot 48. „Wel een bewijs dat de Marker mannenbevolking de behoefte voelt om zijn gevoelens met zingen te uiten”, aldus het jaarverslag. „Zingen doet men niet alleen met de stem, maar ook met het hart. De toehoorder moet het niet alleen kunnen horen, maar ook zien en voelen. Alleen dan heeft ons zingen echt zin.”

’Uitmuntend’

Klaas Zeeman (86) kan een brede glimlach niet onderdrukken als hij het jaarverslag terugleest. Als zoon van oprichter Dirk werd hij meteen bij de oprichting lid van het koor en hij trad later in de voetsporen van zijn vader als voorzitter. „Het koor heeft zich in die beginjaren enorm snel ontwikkeld”, herinnert hij zich. „We begonnen met twee zangstemmen: bas en tenor, maar al heel snel gingen we over op vier stemmen: eerste en tweede tenor en eerste en tweede bas. We traden veel op tijdens kerkdiensten en in bejaardencentra. Niet alleen op Marken, maar ook in de regio: Monnickendam, Ilpendam, Broek in Waterland en ook wel in Purmerend. Jaarlijks deden we een rondje bejaardenhuizen. En vanaf het moment dat we vierstemmig werden, deden we ook mee aan concoursen, waarbij verschillende koren door een jury worden beoordeeld. We deden elk jaar wel mee aan zo’n concours en uiteindelijk belandden we in de afdeling ’Uitmuntend’, de op één na hoogte afdeling.”

„In de loop van de jaren is het repertoire van het koor enorm veranderd”, zegt Cor Visser (68), de huidige voorzitter van het koor. „In de beginperiode werden alleen christelijke liederen gezongen, maar dat is al lang niet meer zo. Het is nu echt van alles wat: nog steeds zingen we christelijke liederen, maar ook klassieke- en shantyliederen en populaire nummers als ’Avond’ van Boudewijn de Groot, ’Blowing in the Wind’ van Bob Dylan en liedjes van Abba. Een tijdje terug waren we bij opnamen in de haven van Marken van het tv-programma Denkend aan Holland van André van Duin en Janny van der Heijden. Daar hebben we ’Het dorp’ van Wim Sonneveld gezongen.”

Uitdaging

Zeeman: „Een positieve ontwikkeling, vind ik. Bob Dylan en Abba, dat is muziek waar ik helemaal niet mee ben opgegroeid, maar ik vind de liederen prachtig en ik zing ze graag. Je moet een beetje met je tijd meegaan. Er zit ook iets van een uitdaging in. Lang geleden hoorden we een keer een uitvoering van ’Hallelujah’ van Leonard Cohen van het mannenkoor van Broek op Langedijk. Ik zei: ’Dat kunnen wij toch ook zingen?’ We hebben er ontzettend lang op gerepeteerd, maar ging niet soepel en het begon een beetje vervelend te worden. Toen heb ik als voorzitter gezegd: ’We treden binnenkort op in de katholieke kerk in Monnickendam en daar gaan we het gewoon zingen, punt uit’. Dat pakte grandioos uit. We zongen heel goed en aan het eind van het optreden vroegen ze of we het nog een keer wilden zingen.”

Met weemoed in zijn stem keert Zeeman terug naar het heden. Het fenomeen mannenkoor heeft zijn beste tijd gehad, sombert hij. „Waar hebben ze nog een mannenkoor in Noord-Holland? Edam heeft er nog één, Texel ook en Den Helder en Den Oever. En ik geloof dat er in de Zaanstreek nog één is. Maar er zijn er veel verdwenen en ook de concoursen bestaan al jaren niet meer.”

Aanwas

Visser knikt: „Nieuwe, jonge aanwas is een probleem. De leden die zich bij de oprichting aanmeldden waren zeker niet alleen maar mannen op leeftijd. Er waren ook twintigers en dertigers bij en eind jaren zeventig heeft zich ook nog een grote groep jongens aangemeld van toen 16, 17 jaar. Daarvan is een heel stel nu nog steeds lid. De laatste jaren is het aantal leden redelijk stabiel, zo rond de 35. Maar de gemiddelde leeftijd ligt nu toch tussen de 65 en 70, schat ik, en voor mensen die stoppen of wegvallen, staan geen jonge jongens meer klaar. We hebben van alles geprobeerd om jongelui enthousiast te maken voor het koor en dat heeft ook wel wat nieuwe aanwas gezorgd, maar niet wat we ervan hoopten.”

„Ook niet genoeg om tot in lengte van jaren te kunnen blijven bestaan”, zegt Zeeman. „Jongeren willen zich niet meer binden. Dat zie je in alle geledingen van de maatschappij, of het nou een politieke partij is of een sportclub, ze hebben allemaal moeite om mensen te vinden die zich ervoor willen inzetten. En dat is verschrikkelijk jammer, want als ze je ze eenmaal binnen boord hebt, dan gaan ze niet meer weg. Dat zie je bij ons koor: heel veel leden zijn al ontzettend lang lid. We gaan het nog wel een tijdje volhouden, vermoed ik, maar dan moet je eerder denken aan vijf jaar dan aan tien jaar. En dan? Ik voorzie dat het mannenkoor dan meer een zanggroep is geworden van een man of zes of acht, misschien iets meer. Dat kan ook hoor, maar dan moet je wel verrekte goed zijn als je dat vierstemmig wilt doen, want dan kun je geen valse noot meer zingen. Dat valt meteen op. Een leuk vooruitzicht vind ik het niet, maar het is de realiteit.”


 Concert

Het jubileumconcert van het Marker Mannenkoor in de Patmoskerk is zaterdag om 19.30 uur. Het koor staat onder leiding van de vaste dirigent Jan Peereboom. Aan het concert wordt meegewerkt door het Edams Mannenkoor onder leiding van Roland Bosma en zangeres Shannon Karhof. Muzikale begeleiding is er van Dominic Zeeman op keyboard, Danny Myles op doedelzak en Sebastian van der Pluijm op orgel. De toegang is gratis. Kijk voor meer info op www.markermannenkoor.nl.

Tijdens het concert worden zes koorleden in het zonnetje gezet. Twee vanwege het 25-jarig lidmaatschap, één omdat hij veertig jaar lid is en drie omdat ze vijftig jaar lid zijn. Zij krijgen een zilveren speldje uitgereikt, dat het logo van het koor verbeeldt, namelijk een Marker botter. Het gaat om de MK25, de MK40 en de MK50. In die laatste uitvoering bestonden de speldjes nog niet omdat het koor zelf die leeftijd nog niet had bereikt; ze zijn speciaal voor deze gelegenheid vervaardigd.

Login Form